EXPERT VIEW

Dominique Verlent geeft uitleg bij de instroom in de topsportstructuur Toestelturnen meisjes

 

Wereldkampioen worden zoals Nina Derwael, voor heel wat meisjes en jongens die aan gymnastiek doen, is het dé ultieme droom. Maar hoe geraak je nu aan die top, waar begint het allemaal en welke weg doorloopt zo’n aanstormend talent?

Wie is Dominique Verlent?

Dominique Verlent is jeugdcoördinator Toestelturnen meisjes binnen de Gymnastiekfederatie. Daarnaast verzekert ze ook de sporttechnische coördinatie van de discipline. Haar taak bestaat onder meer uit het scouten van jonge gymnasten vanaf 8 jaar. Dat doet ze natuurlijk niet alleen, maar samen met een expertgroep die bestaat uit de regioclubtrainers, de topsportcoördinator en de trainers van de Topsportschool in Gent. Nadat de meisjes gescout zijn, worden ze opgenomen in de opleidingsstructuur van de Gymfed. Ook ons olympisch team heeft een hele weg afgelegd om zo ver te geraken. Maar hoe verloopt dat parcours nu precies?

De eerste stap richting succes

De eerste stap in het selectieproces is de entreetest. De I-gymnasten van 8 en 9 jaar die dat seizoen hebben deelgenomen aan de wedstrijden Toestelturnen Meisjes, worden uitgenodigd in de Gentse Topsporthal. De meisjes tonen het beste van zichzelf tijdens heel wat verschillende testen. Daardoor krijgt het expertenteam een beeld van hun algemene kracht, lenigheid en snelheid, en ook van hun coördinatief vermogen. Daarnaast worden hun lengte, gewicht en zithoogte gemeten, en bekijkt het team ook verschillende aspecten van de lichaamshouding die belangrijk zijn in gymnastiek. Er wordt ook aan scouting gedaan door de regioclubtrainers op de wedstrijden en tijdens regiotrainingen. Die scouting leggen ze naast de resultaten van de entreetesten en op basis daarvan maken ze een eerste selectie.

 

Deze stap in de selectie is nog vrij ruim. Er wordt niet alleen op fysieke capaciteiten getest, maar ook gekeken naar de lichaamshouding en de coördinatie. Niet alle gymnasten trainen immers in dezelfde condities. Sommige clubs trainen wat minder uurtjes of hebben geen vaste zaal. Het trainingsvolume ligt daar dan lager, waardoor gymnasten misschien nog niet zo sterk zijn, maar misschien hebben ze wel potentieel om door te groeien. Bij het interpreteren van de resultaten moet je dus ook de trainingsachtergrond in overweging nemen. Het doel van de entreetest is alle meisjes met mogelijk potentieel om op hoog internationaal niveau te turnen, op te sporen en verder op te volgen. In een verder stadium stromen sommigen dan in een regioclub in, waar het trainingsvolume gelijk is voor elke geselecteerde gymnast van een bepaalde leeftijd.

Stap 2 – de controletrainingen

Vanuit die eerste selectie komen we tot een groep gymnasten die worden opgevolgd via controletrainingen bij de 9- en 10-jarigen. Dat zijn trainingen die vier keer per jaar worden georganiseerd en het is de bedoeling dat de gymnasten op elke training aanwezig zijn. De experten volgen de ontwikkeling van de fysieke eigenschappen verder op, maar testen ook turnspecifieke elementen op de verschillende toestellen. Per leeftijd en per toestel bestaat daarvoor een leerlijn. Het is belangrijk dat de kinderen op die leerlijn vooruitgaan en een positieve evolutie doormaken. Een extra voorwaarde tot deelname aan de controletraining is dat de gymnasten deelnemen aan wedstrijden op I-niveau en A-niveau.

Het statuut van topsportbelofte

 

Er zijn drie criteria die momenteel een rol spelen bij de selectieprocedure: het resultaat van de fysieke testen, de leerlijntesten en de sporttechnische evaluatie van de regioclubtrainer op basis van regiotrainingen of preselectietrainingen. Na een bespreking van alle resultaten tijdens de selectiecommissie volgt de beslissing wie zal worden voorgedragen bij Sport Vlaanderen om het  topsportbeloftestatuut te krijgen. Nadien kunnen de gymnasten dan instappen in een regioclub. Zij krijgen een topsportbeloftestatuut toegekend voor de termijn van één jaar. Elk seizoen is er een evaluatie en wordt opnieuw beslist over het al dan niet opnieuw toekennen van het statuut. Natuurlijk worden de selectienormen ook elk jaar herbekeken en bijgestuurd.

Een regioclub is een structuur binnen de huidige opleidingspiramide waarbij geselecteerde gymnasten van het 4e tot 6e leerjaar samen trainen in een gestructureerde topsportopleiding. De meisjes trainen 16 tot 20 uur per week, waarvan maximaal drie trainingen of zes lesuren tijdens de schooluren. Binnen de structuur heeft de Gymfed momenteel zeven regioclubs en één basisschoolclub, die allemaal samenwerken met een lagere school. Gymnasten aan wie een topsportbeloftestatuut werd toegekend, kunnen instromen in de regioclub.

Stap 3 – de selectietraining

Bij I9 en A10 zijn er dus de controletrainingen die de ontwikkeling van de gymnast opvolgen. Bij A11 en A12 wordt de terminologie selectietraining gebruikt. De leerlijntesten worden afgenomen door trainers van de regioclubs én trainers van de Topsportschool. De resultaten en de evolutie worden drie keer per jaar met de gymnast en de ouders besproken.

Daarnaast zijn er ook Gymfedtrainingen voor de 11 en 12-jarige meisjes in de Gentse Topsporthal. Tijdens die trainingen worden geen testen afgenomen. Ze zijn enkel en alleen gericht op informatieoverdracht. Het geeft de trainers van de Topsportschool de kans om de gymnasten te leren kennen in een echte trainingssituatie. Tegelijkertijd leren de gymnasten ook de topsporttrainers kennen. Aan het eind van het 6de leerjaar valt de beslissing of iemand kan doorstromen naar de Topsportschool.

Laatste stap – de instroomstage

Vóór de beslissing tot een instap organiseert Gymfed ook elk jaar een instroomstage. Daarbij ontdekken de gymnasten de locatie, het sportverblijf en de school, en maken ze kennis met de beheerder en de opvoeders van het internaat. Ook de ouders worden uitgenodigd op het sportinternaat voor een infovergadering met de topsportcoördinator. We proberen er op die manier echt wel voor te zorgen dat ze een goed beeld krijgen van de hele topsportomgeving. Een beslissing om te starten met een topsportcarrière moet immers goed overdacht zijn, en heeft pas kans op slagen indien men er 200% achter staat.